13 juli 2013, zaterdagavond in Benabbio

Zaterdagavond in Benabbio; na door Rosa te zijn ontvangen en het huis in ons te hebben opgenomen, zitten we op het stoepje voor het huis. Met een kop koffie laten we de tocht hierheen met al zijn tornanti*, het dorp en het huis op ons inwerken.  De klokkentoren laat zijn aanwezigheid gelden met galmende slag.

Na de koffie gaan we naar twee-hoog om op het dakterras het dorp te overzien waar we terecht zijn gekomen en het vallen van de avond over ons te laten komen. Hoe anders is dat hier dan in Nederland, waar het ondergaan van de zon hetzelfde is als het donker worden: de ondergaande zon draagt in Nederland de weemoed van de dag die voorbij is. Vanaf het dakterras zien we hoe de zon hier zich terugtrekt, niet meer schijnt over de bergen en daken van Benabbio. Het donker worden en het vallen van de avond volgen pas veel later.

Terwijl de dag zich terugtrekt komen van beneden de klanken van een op handen zijnd dorpsfeest tot ons; het Italiaanse levenslied wordt ons tegemoet gezongen. Tussen de huizen beneden worden we iets van partytenten gewaar en het lokt om daar een kijkje te nemen. We moeten echter nog eten en daaraan wordt eerst gewerkt.

Na het koken (waarbij we voor niets misgrijpen in huize Tofani) zitten we weer voor het huis in de avondzwoelte te eten. De klok laat weer van zich horen. Inmiddels zijn we al gewend aan zijn urentelling; heel en half. Voor het huis krijgen we echter te maken met een typisch Italiaans ongemak; een piepklein stekertje, waar we ons nog niet tegen hadden gewapend. Maar niet getreurd; ook daarin voorziet huize Tofani in de vorm van stekkers, sprays en gele citronella theelichtjes.

Als het donker genoeg is, de eerste sterren zich melden en een maansikkeltje zich aftekent in het westen, gaan we een ommetje maken. In westelijke richting het dorp uit, de maan volgend, langs het huis van Rosa en Franca, langs het te koop staande landhuis vergezelt van de machtige silhouetten van oude Lindes, door naar het ondoordringbare donker voorbij het bord ‘Benabbio’ – niet toeteren! De feestmuziek sterft langzaam weg. Alleen het slaan van de klok in de verlichte toren onderhoudt de lijn met het dorp achter ons.

Het donker blijkt opeens niet zo ondoordringbaar als het lijkt: Twee lichteffecten doemen op uit het duister; We worden vergezelt door een kleine zwerm lichtwezentjes die langs en over ons vliegen. Hun heldere blauwwitte licht knippert als vonkjes om ons heen en naast ons in de berm. Opeens heeft het donker iets lieflijks gekregen door het gezelschap van deze vuurvliegjes.

Het andere lichteffect is van een heel andere orde; vóór ons, links van de weg, schemert in de verte door bosschages in de berm een soort zee van warme oranje lichtjes. Het doet denken aan de verlichting van een miniatuurdorpje in de verte, maar de lampjes zweven heel geordend in een plat vlak in het donker. Pas als we voor het hek staan zien we dat het elektrische lampjes in oranje glazen zijn op de graven van een kerkhof.

Het hek laat zich makkelijk openen en we betreden het terrein van het voorbije Benabbio, van mensen van wie leven en werken kort of lang geleden erop zat. Mensen die hun bijdrage hebben geleverd en hier hun laatste rustplaats gevonden hebben in een betoverende wereld van zacht licht. De levenden hebben voor hun gestorvenen hier een bijzondere plek ingericht. We lopen zachtjes langs de graven in deze wereld waar we eigenlijk niet horen te zijn, dat wil zeggen nu niet. We lezen veelvoorkomende namen en zien fotootjes van mensen die allemaal iemand waren.

Op de terugweg horen we al snel weer de dansmuziek en we lopen door tot we het feestterrein gevonden hebben. Verscholen tussen Lindes ligt een plein met feestelijk aangeklede tafeltjes en stoeltjes, een podium, een gezellig barretje en sfeervol verlichte partytenten. We realiseren ons dat dit het feest moet zijn waarvan we een aanplakbiljet zagen op een lantaarnpaal bij het huis; ‘bal in bar-dancing la Lucciola’. (A Benabbio non c'è solo La Lucciola!). Laat Lucciola nu vuurvliegje betekenen . . .

Een dame, vergezelt van drie muzikanten, heeft er zin in en weet het opmerkelijk kleine aantal gasten te verleiden hun kunnen te showen op de ‘dansvloer’. Een bont gezelschap dorpelingen laat zien wat ze in huis hebben en vult als dansparen de ruimte. Wij zitten op gepaste afstand met een drankje en genieten van hun genieten en om toch betrokken te zijn op deze dansavond, waar wij vreemde eenden in de bijt zijn, vermaken wij ons met jureren, als ging het om ‘Benabbio’s got dance talent’.

Als we ons wat te veel voyeurs voelen, besluiten we terug te keren naar het huis. Maar dan lokt de weg langs La Lucciola ons naar het donker.  Met het dichterbij komen van het geluid van de stromende beek beneden, wordt de weg steeds meer een bosweg en het donker steeds donkerder. Dit is meer een wandeling voor overdag besluiten we en we keren terug, naar huis. Daar begint de nacht met het kiezen van een slaapkamer; het wordt de kamer met de deur die, ’s nachts geopend, voor verfrissing kan zorgen. We slepen de vermoeienissen van een lange reisdag, die op deze aangename plek eindigt, mee in de slaap. Buiten slaat de klokkentoren een hele één . . .

 

14 juli, Jos & Marieke

Benabbio vanaf dakterras